Mijn geboortehuis

door Ans van Leeuwen-Overgaag

N.a.v. het evenement “de Dijk” van “Cultuurstek, waarin ik vertelde over mijn geboortehuis en familie, kwam het verzoek dit op schrift te stellen. Graag wens ik U leesplezier.

In 1928 kochten Cornelis Overgaag en zijn echtgenote Clazina van Marrewijk een hoekje grond om een huis te bouwen, langs de Dijkshoornseweg, van hun oom en tante Hein Groenewegen en Magdalena v Paassen. Er stond daar al en koeienstal. Ze leenden wat geld van familie.
Zij woonden in Kethel. Cornelis was boer. Hij huurde een boerderij, maar de eigenaar had hem per 1 mei 1929 de huur opgezegd . Zonder pardon had je destijds binnen een jaar te vertrekken.

winkel met dam aan de Dijkshoornseweg

De firma’s Haring uit Schipluiden en v. d. Does uit Sion bouwden het huis. Het was in 1929 een late en zeer strenge winter, waardoor de bouw ernstig vertraagde.

Langs de Dijkshoornseweg waren aan weerszijde slootjes. Om op het erf te komen was een 4 meter brede dam aangelegd. Je kon om het huis heenlopen. De grond was zacht. Ieder voorjaar werd met koolas, de stookoverschot van de tuinbouw, versteviging aangebracht. Voor het huis stonden 2 lange populieren. Aan de zuidzijde 3 kastanjebomen en achter was een bloemen-en moestuin.


Het gezin met 7 kinderen ,de baby 2weken oud, vestigde zich de eerste tijd in de nabij gelegen stal. In 1933 werd er nog een dochter geboren en in 1936 een zoon.
Per 1juni werd gestart met de kruidenierswinkel annex melkhandel.
Vestigingsvergunning, middenstandsdiploma of vakdiploma waren niet vereist. Optimisme, durf, en doorzettingsvermogen des te meer.
Marktonderzoek werd niet gedaan. Men ging er vanuit dat de grote gezinnen van familie en bekenden een groeiende klantenkring zouden vormen. Dat gebeurde ook. Behalve dat de klanten destijds hun boodschappen in de winkel kochten kwam de omzet grotendeels van de uitbrengwijk voor melk en kruidenierswaren. Het aanbod was zeer gevarieerd. Mijn vader ontwikkelde een systeem van kruisjes, plussen en minnen en andere varianten voor de verkoop van de melkafdeling. Alles ging op de pof en werd bij de wekelijkse boodschappen afgerekend. ’s Avonds werd dit alles keurig en overzichtelijk genoteerd. Als Pa zijn bril opzette voor dat karwei, was het bedtijd voor de kleintjes. De winkel was ook een contactadres. Nu nog hoor ik soms: ”We gingen niet alleen als we iets nodig hadden. We verzonnen ook een boodschap om met onze kleine kinderen een loopje te hebben en een praatje te kunnen maken”.
De melk werd in de voornacht geleverd. Met een zwaarbeladen vrachtauto met rammelende flessen en een melktank. Deze was te zwaar om in de Woudselaan [in die tijd niet verhard] bij en collega melkboer te bezorgen. Daarvoor was een oplossing Rechts stond onze bestelling, links van de concurrent. Alles in goede harmonie. Zo was het ook t.a.v.de hele middenstand. Er waren veel kleine winkeltjes. Nooit heb ik leuker feest meegemaakt dan de jaarlijkse vastensavond van de Middenstandsvereniging.
1929 kennen wij nu als het begin van de crisisjaren. Die werd gevolgd door de oorlogsjaren van 1940-45. Hoe verging het zo’n gezin. Traditie in de boerenbedrijven was voor de boer een knecht en de vrouw had een meid. Maar dat was nu niet aan de orde. De kinderen werden ingezet. Voor kerk en schooltijd werden pakjes gesneden jonge kaas en boterhammenworst bezorgd. Ze waren tijdens de route van de melkboer besteld. Klant is koning was de leus. Toch was het een karig bestaan. De klanten hadden het zelf ook niet breed en er was veel armoede.

De kinderen waren vlijtige leerlingen. Na de lagere schooltijd, de luxe van vervolgopleidingen zat er niet in, gingen de meisjes als hulp in de huishouding werken. Altijd was er een thuis als hulp in de winkel. Mijn moeder kon goed naaien en ook mijn zus Ploon was daar zeer bekwaam in. Kleding werd meestal zelf genaaid en gebreid. Ook sokken werden gestopt. Voor de jongens was er in de tuin nog wel een baan. iedereen moest meewerken voor een gezamenlijk gezinsinkomen. Hoewel er al voor oudere werknemers werkloosheid heerste. Mijn moeder had als jong meisje de huishouding van haar Grootje van Paassen verzorgd ,toen deze op de Zuidwoning plaats maakte voor haar zoon Jan en op haar oude dag in Delft op de Gasthuislaan ging wonen.   Daardoor had zij een goede relatie met haar stadse neven van Koppen. De weg naar De Handelsavondschool was daardoor aanwezig voor mijn broers.  Na heel veel commotie mocht ik daar later ook naar toe. Vriendinnen gingen niet mee. Het was niet nodig voor meisjes. Je trouwde toch.

Rond de meidagen van 1940 waren er veel jonge soldaten onder de bomen rondom het huis. De oudste zoon was ook in dienst gelegerd op Ockenburg Het huis was ter beschikking van het leger. We sliepen met zijn allen in de kelder. De zussen verkochten veel repen Kwatta aan de soldaten. De capitulatie maakte veel indruk op me. 7jaar was ik. Ik zag de grote mensen huilen. De brand van het bombardement van Rotterdam was te zien. Er vlogen grote vliegtuigen laag voorbij.
In 1942 waren mijn ouders 25 jaar getrouwd.

Voedsel kwam op de bon en hoe langer de oorlog duurde hoe minder voedsel. Er werd 2x daags warm gegeten. Tijdens het aardappelen schillen vertelde mijn moeder over vroeger. Dat vond ik heerlijk. Toch voelde je ook de spanning van de gezinsgenoten.
Broer Jan overleed op 15 jarige leeftijd. De oudste dochter trouwde. 2 broers waren inmiddels priesterstudenten en konden op D .Day niet meer naar het semenarie terug na de zomervakantie door treinstakingen. Er was een schuilplek gemaakt, voor de 3 grote broers, om tijdens de razzia’s naar te vluchten. We aten suikerbieten.
Na de oorlog. De tijd van de wederopbouw. Financieel was er met het grote gezin flink ingeteerd. De zoon die dat kon helpen waar maken, werd opgeroepen voor millitaire dienst. Toen hij terug kwam heeft hij na een aantal jaren de zaak van mijn vader overgenomen en aangepast aan de eisen van de tijd. Twee zussen emigreerde naar Canada Het gezin vond elders woonruimte. Mijn jongste broer en ik kwamen bij hem in loondienst, tot hij trouwde. Daarna gingen wij onze eigen weg.
Hij werkte ondertussen aan zijn hogere opleidingen. Toen hij trouwde verkocht hij de melkwijk en ging medicijnen studeren. Zijn vrouw zette de winkel voort. Later verkochten zij die aan Lenie en Jan de Vette, die het pand na enkele jaren doorverkochten aan buurman Ben Groen. De winkel werd gesloten.

De herinnering aan een sobere fijne jeugd in een liefdevol gezin.
Ans van Leeuwen- Overgaag